contact

contact

EUREGIONETWERK INDUSTRIECULTUUR

Verslag Tweede EuregioForum Industriecultuur Bocholt [D], 27 november 2019

SPEERPUNTEN 2020:EURE GIONETWERK INDUSTRIECULTUUR / INDUSTRIEWERK

  • Tweede fase gesprekken met potentiële deelnemers in het EuregioNetwerk Industriecultuur: Ankerpunten en Industriepunten (Ambassadeurs van de Industriecultuur)
  • Inventarisatie Rustpunten in het EuregioNetwerk Industriecultuur
  • Consultaties over samenwerking met de regionale organisaties voor toerisme en vrijetijds marketing
  • Tweede fase ontwikkeling van website www.industriewerk.eu
  • Samenstelling Gidskaart IndustrieWerk over het EuregioNetwerk Industriecultuur
  • Ontwikkeling gevelborden voor Ankerpunten, Industriepunten en Rustpunten
  • Uitvoeringsfase Informatiepunten Spannende Geschiedenis bij 23 Ankerpunten, in combinatie met realisatie van 21 Lokale Spoorzoeknetwerken Industriecultuur
  • Totstandkoming van het Oprichtingsbestuur voor de Vereniging IndustrieWerk
  • Presentatie Educatief Programma EuregioNetwerk Industriecultuur
  • Presentatie Oude IJssel IJzernetwerk
  • Derde EuregioForum Industriecultuur 2020

EUREGIONETWERK INDUSTRIECULTUUR VERSLAG VAN HET TWEEDE EUREGIOFORUM INDUSTRIECULTUUR 2019

Officiële start website www.industriewerk.eu
en uitwisseling over mogelijkheden voor gezamenlijke marketing

Conferentie op 27 november 2019 in het LWL Industriemuseum TextilWerk Bocholt

Door Lorenz Töpperwien, tt-tekstteam Köln

Europa's eerste en enige grensoverschrijdende regionale netwerk voor industriële cultuur is online. Op www.industriewerk.eu worden ongeveer 100 locaties in Oost-Nederland en het westelijke Münsterland gepresenteerd. De officiële lancering van de website was een van de hoogtepunten van het Tweede EuregioForum Industriecultuur. Vier workshops boden de bijna 80 deelnemers van de conferentie ook de mogelijkheid om ideeën en (marketing)kansen uit te wisselen onder het motto “Industriecultuur Verbinden”.

De nadruk ligt daarbij op het doel van het EuregioNetwerk Industriecultuur, om de getuigenissen van de gemeenschappelijke industriële ontwikkeling van de regio aantrekkelijk te maken voor lokale en andere bezoekers. De textielindustrie, ijzerwinning en -verwerking, leerindustrie, houtverwerking en mijnbouw om zout en andere mineralen te winnen, kenmerken nog steeds de plaatsen en landschappen aan beide zijden van de Duits-Nederlandse grens. Geografisch omvat het netwerk de regio's Twente en Achterhoek aan de Nederlandse kant en de Duitse regio’s Landkreis Grafschaft Bentheim, Kreis Borken en Kreis Steinfurt.

Industriecultuur als gemeenschappelijk verleden met toekomst

Wat het netwerk onderscheidt, is het holistische begrip van de regionale industriecultuur. Een blik in het verleden richt zich op de historische relatie tussen Oost-Nederland en Westmünsterland, die tot uitdrukking komt bij industriële monumenten en musea. Naast deze "Ankerpunten" nodigen "Landschapspunten" uit om het gebied te voet, per fiets of per trein te verkennen.

"Uitzichtpunten“ zoals torens of heuveltoppen geven bezoekers een overzicht van een industrieel landschap dat door de eeuwen heen is ontstaan. "Rustpunten" verwijzen naar cafés, restaurants of hotels waarvan de locatie in of nabij een industrieel monument ontspanning belooft in een unieke sfeer.

De innovatieve kant van de regionale industriecultuur wordt vertegenwoordigd door productiebedrijven die het verleden met de toekomst verbinden met hun moderne productieprocessen. Als "Industriepunten" zijn zij de ambassadeurs van het gemeenschappelijk industrieel erfgoed en bieden, voor zover de respectieve hygiënevoorschriften en veiligheidsrichtlijnen dit toelaten, in sommige gevallen rondleidingen door hun productiefaciliteiten.

Een ander opwindend aspect van de levende industriecultuur wordt gesymboliseerd door de "Woonpunten". Dit zijn woonhuizen voor fabrikanten en werknemers, of hele woonwijken die vroeger werden gebouwd voor de arbeiders of voor het leidinggevend personeel van een fabriek. Vooral de nederzettingen blijven vaak dienen als woonfunctie en laten zien hoeveel industrieel erfgoed de realiteit van het leven en het zelfbeeld van mensen in de betrokken regio's tot op de dag van vandaag heeft gevormd.

Regionale identiteit en netwerken

Het versterken van de regionale identiteit is een van de hoofddoelen van het EuregioNetwerk Industriecultuur. Het model is het Ruhrgebied, waarvan de succesvolle structurele verandering opzettelijk is gebaseerd op industrieel erfgoed. Nationaal bekende highlights zoals de Zeche Zollverein of de Gasometer Oberhausen ontbreken echter in het Duits-Nederlandse grensgebied. Hierdoor associeert het publiek de projectregio nauwelijks met industriecultuur.

Een opvallend voorbeeld hiervan is het mijnbouwgebied Ibbenbüren, waarvan het begin teruggaat tot het midden van de 16de eeuw. Op 4 december 2018 werd de laatste mijnlorrie op de Von- Oeynhausen-Schacht symbolisch opgetild. Samen met de Prosper-Haniel-mijn in Bottrop was de mijn in Ibbenbüren als laatste nog in bedrijf in Duitsland. Desondanks domineerde de gebeurtenis van de sluiting alleen in Bottrop de krantenkoppen.

Industriecultuur zichtbaar maken is het motto van het Duits-Nederlandse EuregioNetwerk. Een van de uitdagingen is om het industriële erfgoed verspreid over de projectregio voor te bereiden en toegankelijk te maken, zodat het aantrekkelijke bezoekerservaringen belooft. Dit is alleen mogelijk door samenwerking en netwerken. De toespraken en workshops van het Tweede EuregioForum Industriecultuur waren gericht op de aard van het EuregioNetwerk en de nieuwe website om dit proces te ondersteunen.

DE TOESPRAKEN

Na een groet van André Teeuw, de voorzitter van de Stichting Industriecultuur Nederland, die als INTERREG hoofdpartner verantwoordelijk is voor het EuregioNetwerk Industriecultuur, schetste de burgemeester van Bocholt Peter Nebelo de huidige ontwikkelingen in zijn stad. Hij kwam uit de positie van Bocholt als een van de belangrijkste locaties van de Westfaalse en Duitse textielindustrie, om snel te spreken van de grootschalige verandering in het stadsbeeld, die nauw verbonden is met het industriële verleden. Het zogenoemde Kulturquartier Bocholter Aa und Industriestraße, kortweg Kubaai, wordt momenteel gebouwd op de voormalige industriële locatie aan beide zijden van de Aa, waarbinnen ook de beide vestigingen van het LWL-industriemuseum TextilWerk Bocholt zijn opgenomen.

Het gebied van ongeveer 25 hectare zou industriële geschiedenis, moderniteit en cultuur verenigen. Een omgebouwde oude spinnerij als leercentrum moet onder andere klassieke culturele en educatieve instellingen zoals centra voor volwasseneneducatie en muziekscholen huisvesten, maar ook ruimte geven aan de vrije kunst- en cultuurscene. Dit alles gebeurt in nauwe uitwisseling met de Bocholter burgers en met regionale partners. "Omdat met dergelijke miljoenenprojecten," concludeerde Peter Nebolo met het oog op het EuregioForum Industriecultuur, "het altijd noodzakelijk is om ideeën uit te wisselen met andere steden en mogelijk te leren van de projecten van andere steden, ideeën op te pikken en deze in het eigen project te integreren".

Silke Sommers, 1ste plaatsvervangende landraad van Kreis Borken, richtte haar aandacht op de grensoverschrijdende arbeidsmarkt in het Duits-Nederlandse grensgebied, die begon "lang voordat de Verdragen van Rome werden ondertekend". Volgens Silke Sommers hebben grote textielbedrijven zoals C & A Brenninkmeyer, Peek & Cloppenburg of Hettlage hun oorsprong in de eeuwenoude grenshandel. Deze “economische relaties leidden tot wederzijdse afhankelijkheden: kolen kwamen uit het Ruhrgebied in de tweede helft van de 19de eeuw tot midden 20ste eeuw met de trein door het westelijke Münsterland in de Achterhoek en naar Twente. In ruil daarvoor werden de textielproducten vanuit de weverijen en textielfabrieken in de tegenovergestelde richting geëxporteerd”. Vooral op het gebied van industriecultuur vormt het historisch gegroeide de basis voor het vormgeven van de toekomst via een sterk netwerk.

Konrad Schröer, directeur van SETEX-Textil-GmbH, sprak vanuit het perspectief van de industrie die zich vandaag nog steeds volop in het projectgebied bevindt. Zijn bedrijf produceert en verfijnt speciaal textiel voor particuliere huishoudens, zorginstellingen en industrieel gebruik. Brand- en vlambescherming zijn belangrijke componenten. Hoewel de randvoorwaarden voor moderne textielproductie "made in Germany" steeds moeilijker zouden worden, blijft SETEX verbonden met Duitsland - van de garenproductie tot het eindproduct. De eeuwenoude knowhow van de regionale textielindustrie speelt een belangrijke rol in het succes van het bedrijf. Hij benadrukte niet voor niets dat zijn bedrijf als Ambassadeur van de Industriecultuur zal optreden in het kader van het EuregioNetwerk.

Christiane Baum, General Secretary van de European Route of Industrial Heritage (ERIH), was verheugd dat het LWL-Industriemuseum TextilWerk Bocholt, een ERIH Ankerpunt, gastheer was voor het Tweede EuregioForum Industriecultuur. Voor haar is industriecultuur duidelijk een succesverhaal: “Toen we eind jaren negentig discussieerden over oude industriële locaties als toeristische en culturele attracties, werden we op veel plaatsen nog steeds uitgelachen. Dit jaar vieren veel activisten van het eerste uur een jubileum, bijvoorbeeld 25 jaar Gasometer Oberhausen en Landschaftspark Duisburg, 20 jaar Route der Industriekultur in het Ruhrgebied, en 20 jaar ERIH.”

Dit is van enorm belang voor de regionale identiteit. ERIH verwelkomt de oprichting van regionale netwerken ten zeerste om de industriële geschiedenis van de regio‘s te vertellen, om de deelnemers als netwerk te verbinden, om de industriecultuur tastbaar te maken en samen op de markt te brengen. "Graag zullen we het EuregioNetwerk Industriecultuur binnenkort verwelkomen als een regionaal netwerk in ERIH."

Christoph Almering als directeur van EUREGIO benadrukte "dat de grens ook kan worden gezien als een kans in de context van industriecultuur en niet - zoals te vaak - als een obstakel". Het is de taak en het doel van de EUREGIO om te werken aan grensoverschrijdende samenwerking en het wegnemen van nationale barrières. "Het industriële erfgoed aan beide zijden van de Nederlands- Duitse grens", is zijn overtuiging, "kan het wederzijdse contact versterken door industriële banden." Hij benadrukte vooral de textielindustrie en zoutproductie, en erkende ook de grote inzet van Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen, een van de projectpartners van het EuregioNetwerk Industriecultuur, "die zich inzet om ervoor te zorgen dat de regio's Arnhem, Nijmegen en Veluwe aantrekkelijk worden gemaakt voor bezoekers met hun cultuurhistorische achtergrond".

Hildebrand de Boer van de Stichting Industriecultuur Nederland gaf de deelnemers vervolgens een overzicht van de huidige status van de EuregioNetwerk Industriecultuur. Dienovereenkomstig zou het netwerk, dat momenteel nog als INTERREG-project wordt gefinancierd door fondsen van derden, vanaf medio 2021 op eigen benen moeten staan. De voorwaarde hiervoor is de oprichting van een vereniging, die een nieuwe financieringsbasis creëert via lidmaatschapsbijdragen.

Het hoogtepunt van dit eerste deel van de conferentie was de daaropvolgende lancering van de EuregioNetwerk-website www.industriewerk.eu, toegelicht door Stefan Ristea van bureau RAUM-X uit Dortmund. Industriewerk.eu bundelt het toeristische aanbod van het netwerk en maakt informatie beschikbaar voor zowel buitenlandse bezoekers als de inwoners van de regio. Onder het kopje "Ontdekken" moeten alle deelnemende locaties zichzelf kunnen voorstellen met hun respectievelijke bezoekersprogramma. Verder zal de website aandacht besteden aan 21 Spoorzoeknetwerken die de lokale industriecultuur ontsluit en verbindingen legt tussen grote en belangrijke monumenten, maar ook verborgen overblijfselen van industriecultuur.

DE WORKSHOPS

Het EuregioNetwerk Industriecultuur vormt de overkoepelende organisatie voor een groot aantal historische locaties, waarvan sommige aanzienlijk verschillen in grootte, bereik en doelgroepen.
Hoe moet de samenwerking worden vormgegeven om de grootst mogelijke toegevoegde waarde te bereiken? Met welk aanbod kan het netwerk de bezoekersaantallen van de de deelnemende locaties verder vergroten? En welke rol speelt de website www.industriewerk.eu? Daartoe probeerde men in vier themaworkshops antwoorden te vinden.

Workshop 1: Educatief programma IndustrieWerk

Omdat educatieve aanbiedingen hoog op de agenda staan van het EuregioNetwerk Industriecultuur, werd deze workshop bijzonder goed bezocht. Dr. Hermann-Josef Stenkamp, hoofd van het museum TextilWerk Bocholt, die de groep leidde samen met de Bocholter museumeducator Irina Fernandes- Krühler, schetste de centrale uitdaging vanaf het begin: "Het gaat om het ontwikkelen van modules voor educatief werk dat alle locaties – hoezeer ze ook van elkaar verschillen - kunnen gebruiken. "

De nadruk ligt vooral op middelbare scholieren - in het gebied van het EuregioNetwerk zijn dat er ongeveer 130.000. Het communiceren van de industriecultuur van de grensregio op een opwindende en levendige manier buiten school is een van de primaire doelen van het netwerk. Naast het werken met scholieren is ook aandacht voor volwasseneneducatie.

Maar wat is precies de toegevoegde waarde voor de afzonderlijke locaties in deze context? Jules Vleugels van de Saline Gottesgabe in Rheine-Bentlage hoopt dat dankzij het EuregioNetwerk Industriecultuur industriële monumenten en musea in de randgebieden beter te vinden zijn: "Zodra het publiek er is, zijn er genoeg andere aanbiedingen in de omgeving." Aandacht trekken is daarom een van de hoofdtaken van het netwerk. De Saline Gottesgabe moet de status van een Ankerpunt krijgen en als zodanig ontwikkelingen in het industriële verleden onmiddellijk aanschouwlijk maken. Dit vergroot ook de kans op succesvolle marketing als uitgangspunt voor andere aantrekkelijke industriële cultuurlocaties in het gebied.

En hoe krijg je de scholieren naar het museum? De vertegenwoordigers van de Nederlandse locaties waren het unaniem eens: we hebben compacte onderwijspakketten nodig die zo goed zijn afgestemd op de leraren dat ze graag terugkomen. Hermann-Josef Stenkamp bracht vervolgens het concept van schoolpartnerschappen ter sprake dat in de textielfabriek in Bocholt werd toegepast. Kortom, dit zijn complete aanbiedingen van een halve of hele dag met workshops en een vrijetijdsprogramma voor verschillende klassen tot complete jaargangen van leerlingen.

Dit kan echter niet worden gedaan voor kleinere locaties - tenzij ze samenwerken met geografische en thematisch aangrenzende locaties en een gemeenschappelijk educatief pakket ontwikkelen. Op deze manier wordt de mix een meerwaarde en helpt het het profiel van de afzonderlijke locaties te verscherpen. De voorwaarde hiervoor is dat het EuregioNetwerk Industriecultuur deze educatieve pakketten op zijn website bundelt en toegankelijk maakt voor leraren en scholen.

Workshop 2: Het „Oude IJssel IJzernetwerk“

Net als het Ruhrgebied staat de Oude IJssel in Nederland voor een zeer specifieke industrie: gietijzerproductie. Al in de 17de eeuw leverde de rivier de energie op waterkracht voor kleine hoogovens die het ter plaatse gewonnen ijzererts verwerkten. In 1811 ontstond de Ulfter ijzergieterij DRU - Diepenbrock en Reigers Ulft - een bedrijf dat de regio bijna twee eeuwen lang zou beïnvloeden. Ongeveer 1500 mensen werkten hier in het midden van de jaren-1960 en toen de fabriek in 2003 moest worden gesloten, begon de succesvolle transformatie naar een industriepark. Het complex herbergt tegenwoordig onder meer de Cultuurfabriek met een theaterzaal, bibliotheek, gastronomie, concertzaal en evenementenhal.

De deelnemers aan de workshop hebben samen onderzocht hoe het mogelijk zou zijn om deze unieke industriële traditie in het gebied van de Oude IJssel te integreren in het EuregioNetwerk Industriecultuur. In feite is er al eerder een poging gedaan om de industriële getuigenissen van de regio te verduidelijken: in 1996 werd het “Oude IJssel IJzernetwerk“ opgericht ter gelegenheid van het landelijke Jaar van het Industrieel Erfgoed. Dat zou nu nieuw leven moeten worden ingeblazen. Helga Oldenhave, regionaal coördinator van Achterhoek Toerisme, en Peter van Toor, voorzitter van workshop, die verantwoordelijk zijn voor het herstel van het ijzernetwerk.

Het geografische kader van het Oude IJssel IJzernetwerk omvat de plaatsen Doesburg, Keppel, Doetinchem, Langerak, Terborg, Ulft, Isselburg en Bocholt. Het ICER-innovatiecentrum, dat zich bevindt in het deel van de DRU-ijzergieterij in Ulft, waar vroeger werkstukken werden ontbraamd, speelt een belangrijke rol in de overwegingen. ICER staat voor Industrie, Cultuur, Educatie (onderwijs) en Recreatie (recreatie) en ziet zichzelf onder andere als een etalage van de moderne ijzerindustrie. Dit past goed bij de claim van het EuregioNetwerk Industriecultuur om het industriële verleden van de regio te combineren met moderne industriële bedrijven die nog steeds produceren. Bovendien is DRU al het Ankerpunt van de European Route of Industrial Heritage (ERIH) en als zodanig voorbestemd als een centraal contactpunt voor het "Oude IJssel IJzernetwerk".

Workshop 3: Steenkoolconversie en industriecultuur in Ibbenbüren

"We willen onze regio zichtbaar maken met zijn geologische eigenaardigheden", antwoordde MonikaKass toen haar werd gevraagd wat ze van het EuregioNetwerk Industriecultuur verwacht. De afdelingsmanager voor stadsontwikkeling in de stad Ibbenbüren bood samen met haar collega en adjunct-directeur van de steenkoolconversie-bureau Ibbenbüren, SebastianMecklenburg, een workshop over de ingrijpende structurele verandering die een van de laatste steenkoolgebieden in Duitsland momenteel doormaakt.

De basis van de steenkoolindustrie van Ibbenbüren is het Schafberg-massief. Het is ontstaan uit een vulkaanuitbarsting die halverwege vast kwam te zitten, waardoor het land ruim 170 meter werd opgestuwd over een oppervlakte van bijna 80 vierkante kilometer. Rond deze zogenaamde Carboonhorst werd in de 19de eeuw een bloeiende mijnindustrie gevormd, waarbij hoogwaardige antraciet harde steenkool tot op een diepte van 1.550 meter werd ontgonnen. De finale van de Ibbenbüren-mijn in december 2018 betekende voor de regio "een taak van de eeuw", zoals Sebastian Mecklenburg het noemt - het gebied moet zichzelf economisch geheel opnieuw uitvinden.

De kern van dit proces, dat al enkele jaren aan de gang is, was de dialoog met de betrokken burgers. In de tussentijd heeft dit geresulteerd in een masterplan voor het mijngebied en het concept van de landschapservaring die de toekomst van de mijnen vormt. Het mijnbouwlandschap wordt nog steeds officieel beschouwd als een bedrijfsgebied, maar er zijn al wandelpaden die een deel van het gebied ontsluiten. De workshop gaf inzicht in een discussie over verschillende plaatsen in het voormalige kolenveld. "Onze ervaring leert dat we sterk worden van partnerschappen", zegt Monika Kass, verwijzend naar de dialooggerichte benadering. Dezelfde bevinding was de aanzet voor de deelname van Ibbenbüren aan het EuregioNetwerk Industriecultuur.

Workshop 4: EuregioNetwerk en het concept „Spannende Geschiedenis“

Bezoekers van de Provincie Gelderland kennen ze misschien al: informatiepunten die op het eerste gezicht lijken op een displaybord met foto's en korte teksten. Maar deze borden met het opschrift "Spannende Geschiedenis" zijn veel meer: via QR-code leiden ze naar een website die de betreffende plek tot leven brengt met audio-opmerkingen of video's op verschillende manieren. Iedereen die bijvoorbeeld aan de rand van de groeve in Winterswijk staat, zal verbaasd zijn te horen dat er een bepaald type dinosaurus achter hen aan zit. Bij de steenfabriek de Koppenwaard zijn bezoekers getuige van een gesprek tussen een Romein en een Batavier in 70 na Chr., en de Veluwse stoomtrein in Beekbergen brengt met een spannende presentatie de vluchtende koeien aan het galopperen.

Erwin Akkerman, projectmanager bij Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen, heeft goede ervaringen met het Spannende Geschiedenis-concept in Gelderland. Zijn workshop ging over het maken van deze afwisselende reis naar het verleden en deze ook voor het EuregioNetwerk Industriecultuur bruikbaar te maken. De voorbereidingen hiervoor zijn al gestart, bijvoorbeeld in de traditionele textielstad Nordhorn.

Het is belangrijk dat iedereen zijn route kan kiezen op basis van zijn individuele behoeften. Er is geen vaste reeks infopunten of een te volgen richting. Oriëntatie wordt verzorgd door de mobiele website www.industriewerk.eu , waarop alle "Spannende Geschiedenis" is gemarkeerd en kan worden bediend met de smartphone en geografische aanwijzingen. Samen vormen ze een van de in totaal 21 geplande lokale spoorzoeketwerken. Het voorbeeld van Bocholt laat zien hoe dit er online uitziet. Daar nemen 20 opvallende gebouwen en straten bezoekers mee op een spannende zoektocht naar sporen door 400 jaar textielgeschiedenis van Bocholt.

TextilWerk Bocholt

Het TextilWerk Bocholt was gastheer van het Tweede EuregioForum Industriecultuur