contact

contact
ARNHEM Nederlands Openluchtmuseum

Nederlands Openluchtmuseum

Het Nederlands Openluchtmuseum is zo’n 44 hectare groot en staat vol met allerlei authentieke en bijzondere gebouwen. Ieder gebouw heeft zijn eigen boeiende geschiedenis en interessante verhaal.

In ons museumpark vind je zo’n 100 museale gebouwen, boerderijen en molens. Je kunt ze van buiten én van binnen bekijken! Op die manier komt de geschiedenis dichterbij en kun je het verleden opnieuw beleven. Een gedeelte van de collectie gebouwen is gerelateerd aan de productie, vervoer en volkshuisvesting.

 

                  Geschiedenis

Het Nederlands Openluchtmuseum vestigt zich ruim honderd jaar terug op een deel van het landgoed De Waterberg. Al in 1726 wordt Adriaan Menthen, dan burgemeester van Arnhem, eigenaar van dat gebied. De familie Menthen maakt een klein paradijs van de buitenplaats. In 1825 komt het in het bezit van Hendrik Jacob Carel Jan Baron Van Heeckeren van Enghuizen, tevens eigenaar van buitenplaats Sonsbeek. De Waterberg meet dan ruim 65 hectare met een herenhuis en koetshuis, boerderij met bijgebouwen, akkers en weilanden met boomgaarden en meer dan 15.000 beuken en dennen.

In 1899 koopt de gemeente Arnhem het landgoed aan. Het herenhuis en koetshuis, ten oosten van het huidige museumterrein, zijn dan al afgebroken. Delen van de buitenplaats, zoals het bos, de lanen en de grote weide, zijn in het terrein nog goed zichtbaar. Ook in de vijvers en een deel van de paden is het landgoed terug te vinden. Twee gebouwen die bij De Waterberg horen staan nog in het Nederlands Openluchtmuseum en maken deel uit van de collectie: de witte boerderij en de erachter gelegen dubbele arbeiderswoning.

 

Aan het einde van de 19de eeuw verandert Nederland in razend tempo. De industriële revolutie brengt vooruitgang en welvaart. Tegelijk dreigen traditionele bouwwerken met daarin uitgeoefende ambachten verloren te gaan. Uit bezorgdheid over deze ontwikkelingen wordt in 1912 door een aantal particulieren de Vereeniging ‘Het Nederlandsch Openluchtmuseum’ opgericht. De stichters pachten circa 31 hectare van het voormalige landgoed De Waterberg van de gemeente Arnhem. Enkele elders afgebroken gebouwen worden in Arnhem weer opgebouwd.

Het Nederlands Openluchtmuseum opent op 13 juli 1918 zijn poorten aan de Schelmseweg. Een jaar later is het museum het toneel van het Vaderlandsch Historisch Volksfeest, een groot vredesfeest om de afloop van de Eerste Wereldoorlog te vieren. Volgens de overlevering komen er in drie dagen zeker 400.000 bezoekers op af.

 

                  Smederij Loerbeek (Gelderland, gemeente Montferland)

Als laatste overblijfsel van een ambachtelijke periode stond dit gebouwtje (1907) nog in Loerbeek, een buurtschap onder Beek. Boven het smidsvuur hangt een blaasbalg, die met de hand bediend moet worden. Onder de vloer bevindt zich een opslagkelder voor carbid dat gebruikt werd bij het lassen. De smederij had speciale ‘explosieramen’, die vanzelf openklapten in geval van een ontploffing. De smederij is in 1992 naar het Openluchtmuseum overgeplaatst.

 

                  Radmakerij uit het Woold (Gelderland, gemeente Winterswijk)

Een boer met een klein boerenbedrijf kon daarvan meestal niet van leven. Vooral ’s winters moest hij naar extra werk zoeken om het hoofd boven water te houden. Hij kon bijvoorbeeld als bijverdienste wielen maken voor boeren in de omgeving en handelaren elders in het land. In de houtrijke Achterhoek lag het voor de hand een radmakerij te beginnen. Een radmakerij stond vaak als bijgebouw op het erf bij de boerderij. De radmakerij is in 1942 naar het Openluchtmuseum overgeplaatst.

 

                  Wasserij / blekerij Overveen (Noord-Holland, gemeente Bloemendaal)

Dit gebouw is door Vlaamse immigranten opgericht als garenblekerij. De kennis en technieken die de Vlamingen meebrachten versterkten de internationale faam van Haarlem in de linnenhandel. Van 1813 tot 1932 was het bedrijf in handen van de familie Gehrels. Oltman Gehrels (1759–1829) was afkomstig uit het hertogdom Oldenburg, Duitsland. In 1856 vormde zijn zoon Johannes Christiaan de garenblekerij om tot kledingwasserij door plaatsing van een molenwerk en stampkuipen. De wasserij bleef tot 1937 in werking en was de laatste in Nederland op paardenkracht. Stap voor stap wordt in dit gebouw getoond hoe hier rond 1900 de was werd gedaan. Gegoede burgers lieten hun was eens per kwartaal of half jaar ophalen door wasserijen buiten de stad. De wasserij bracht de was naar keuze van de klant droog, nat of kastklaar terug. In de wasserij is het hele proces stap voor stap te zien. De was werd eerst gesorteerd, een onhygiënisch werkje. Daarna werd hij gewassen in stampkuipen. Een paard in de rosmolen dreef de stampers aan. Vervolgens ging de was op grote kruiwagens naar de bleekvelden om in de zon te bleken. De spoelsters spoelden hem daarna nog eens schoon in ijskoud water. Ten slotte werd de was gedroogd, gemangeld, gestreken en gevouwen. Het gebouw is in 1938 naar het Openluchtmuseum overgeplaatst.

 

                  Stoomzuivelfabriek Freia Veenwouden (Friesland)

Stoomzuivelfabriek 'Freia' werd in 1879 opgericht als eerste particuliere Friese kaas- en roomboterfabriek. Vooral voor Friese boerinnen was dit een hele verandering. Zij zagen hun voornaamste taak en bron van inkomsten, het maken van kaas en boter op hun boerderij, langzamerhand verdwijnen. Tot 1919 werd het fabrieksgebouw voortdurend uitgebreid, daarna bleef de situatie onveranderd. Om de macht van de particuliere eigenaren te beperken, gingen boeren over tot het oprichten van coöperatieve zuivelfabrieken. Toen Freia in 1969 werd opgeheven, was het de laatste particuliere zuivelfabriek. De fabriek is in 1992 naar het Openluchtmuseum overgeplaatst. Op een foto uit 1908 staan kinderen afgebeeld die tot het personeel van de fabriek behoorden.

 

                  Jaknikker Rotterdam

De jaknikker in het Nederlands Openluchtmuseum werd in 1957 gebouwd door de firma Thomassen in De Steeg. Hij stond aanvankelijk in Schoonebeek en verhuisde in 1983 naar het Rotterdamse oliewinningsterrein Berkel-4 in Rotterdam-Schiebroek. In augustus 2013 werd het olieveld Berkel-4 gesloten. De jaknikker is gereviseerd in Coevorden en op 13 mei 2014 officieel in werking gesteld op het terrein van het Openluchtmuseum.

 

                  Tramremise Arnhem (replica 1996)

Op 18 september 1944 werd de Arnhemse remise verwoest tijdens de Slag om Arnhem. Na die tijd liet het gemeentelijk vervoerbedrijf trolleybussen rijden in plaats van elektrische trams. Een deel van de remise is gereconstrueerd in het Nederlands Openluchtmuseum en is in gebruik als stalling van de museumtrams. Ook de werkplaats is nagebouwd. Het grote probleem bij de reconstructie van de remise in 1996 was het ontbreken van bouwtekeningen. De tekenaars hebben daarom het hele gebouw gereconstrueerd aan de hand van foto’s en beschrijvingen van oud-werknemers.

 

                  Tramhaltehuisje Arnhem

Dit tramhuisje uit 1996 is een replica van een huisje uit 1925, dat stond op het toenmalige stationsplein van Arnhem. Het is een geschenk van de Vereniging Vrienden van het Nederlands Openluchtmuseum.

 

                  Overslagloods van Van Gend & Loos Tiel (Gelderland)

De goederenloods in Tiel stamt uit 1881. Door de toename van het goederenvervoer werd de loods enkele malen flink uitgebreid. In 2003 liet Deutsche Post drie dochterbedrijven, waaronder Van Gend & Loos Euro Express, fuseren tot één bedrijf voor expresvervoer, vrachtvervoer en logistiek. De naam Van Gend & Loos verdween hiermee uit het straatbeeld. De loods is in 2007 naar het Openluchtmuseum overgeplaatst.

 

                  Arbeiderswoningen Tilburg (Noord-Brabant)

Drie arbeiderswoningen uit Tilburg (1860) die in 1957-1958 over zijn geplaatst naar het Openluchtmuseum en een vierde huis dat later in het museum is bijgebouwd. In de Tilburgse huisjes woonden bijna een eeuw lang wevers- en arbeidersgezinnen. Nu zijn de huizen ingericht naar vier perioden in een eeuw wooncultuur: 1860, 1910, 1950 en 1970.             

 

                  “Turkenpension” Westerstraat, Amsterdam
Presentatie over de Turkse arbeiders in de Amsterdamse autoindustrie (ca. 1968) Ingericht in 2012 in een pand uit de Jordaan in Amsterdam dat in de jaren ’60 als dergelijk onderkomen functioneerde. De presentatie laat aspecten van ‘een dag uit het leven’ van de Turkse gastarbeiders zien. Uit de voorwerpen die worden geëxposeerd wordt duidelijk dat het gaat om medewerkers van de FORD-fabriek in Amsterdam

 

                  Houtzaagmolen Numansdorp (Zuid-Holland)

Deze paltrokmolen, gebouwd op het eind van de 17e eeuw was een van de ca. 20 houtzaagmolens vlak bij Dordrecht. Hij was onderdeel van de Hollandse houtzaagindustrie die zich vanaf ca 1600 ontwikkeld had in de Zaanstreek, Amsterdam, Dordrecht. In totaal functioneerden in die plaatsen in elkaars nabijheid, enkele honderden houtzaagmolens. Vanwege de schaalvergroting in de 19e eeuw werd deze molen afgedankt en verplaatst naar het platteland. In 1926 was de molen ook daar buiten bedrijf en werd de molen naar het Nederlands Openluchtmuseum verplaatst. Een presentatiemedewerker laat daar geregeld de werking zien en gaat in gesprek met de bezoekers.

 

                  Rosoliemolen Zieuwent (Gelderland)

Over heel Nederland lag tot aan het begin van de 20e eeuw een netwerk van kleinschalige (en grootschaliger) olieslagerijen waarin op water-, wind- en paardenkracht (o.a. spijs- of verlichtings-) olie werd gemaakt uit oliehoudende zaden. Deze Achterhoekse rosoliemolen werd in de eerste helft van de 19e eeuw opgericht en functioneerde tot ongeveer 1923, weggeconcurreerd door de grootschalige olieindustrie en door alternatieve producten zoals petroleum. De molen is in 1931 naar het Openluchtmuseum verplaatst. Sinds 2004 laten presentatiemedewerkers daar dagelijks de werking zien en gaan ze in gesprek met de bezoekers.

 

(bron: openluchtmuseum.nl)

 

Your Location?

Nederlands Openluchtmuseum
Nederlands Openluchtmuseum
Hoeferlaan 4
6816 SG Arnhem
REGIO ARNHEM
Nederland

Geschiedenis

Het Nederlands Openluchtmuseum vestigt zich ruim honderd jaar terug op een deel van het landgoed De Waterberg. Al in 1726 wordt Adriaan Menthen, dan burgemeester van Arnhem, eigenaar van dat gebied. De familie Menthen maakt een klein paradijs van de buitenplaats. In 1825 komt het in het bezit van Hendrik Jacob Carel Jan Baron Van Heeckeren van Enghuizen, tevens eigenaar van buitenplaats Sonsbeek. De Waterberg meet dan ruim 65 hectare met een herenhuis en koetshuis, boerderij met bijgebouwen, akkers en weilanden met boomgaarden en meer dan 15.000 beuken en dennen.

In 1899 koopt de gemeente Arnhem het landgoed aan. Het herenhuis en koetshuis, ten oosten van het huidige museumterrein, zijn dan al afgebroken. Delen van de buitenplaats, zoals het bos, de lanen en de grote weide, zijn in het terrein nog goed zichtbaar. Ook in de vijvers en een deel van de paden is het landgoed terug te vinden. Twee gebouwen die bij De Waterberg horen staan nog in het Nederlands Openluchtmuseum en maken deel uit van de collectie: de witte boerderij en de erachter gelegen dubbele arbeiderswoning.

 

Aan het einde van de 19de eeuw verandert Nederland in razend tempo. De industriële revolutie brengt vooruitgang en welvaart. Tegelijk dreigen traditionele bouwwerken met daarin uitgeoefende ambachten verloren te gaan. Uit bezorgdheid over deze ontwikkelingen wordt in 1912 door een aantal particulieren de Vereeniging ‘Het Nederlandsch Openluchtmuseum’ opgericht. De stichters pachten circa 31 hectare van het voormalige landgoed De Waterberg van de gemeente Arnhem. Enkele elders afgebroken gebouwen worden in Arnhem weer opgebouwd.

Het Nederlands Openluchtmuseum opent op 13 juli 1918 zijn poorten aan de Schelmseweg. Een jaar later is het museum het toneel van het Vaderlandsch Historisch Volksfeest, een groot vredesfeest om de afloop van de Eerste Wereldoorlog te vieren. Volgens de overlevering komen er in drie dagen zeker 400.000 bezoekers op af.

 

Smederij Loerbeek (Gelderland, gemeente Montferland)

Als laatste overblijfsel van een ambachtelijke periode stond dit gebouwtje (1907) nog in Loerbeek, een buurtschap onder Beek. Boven het smidsvuur hangt een blaasbalg, die met de hand bediend moet worden. Onder de vloer bevindt zich een opslagkelder voor carbid dat gebruikt werd bij het lassen. De smederij had speciale ‘explosieramen’, die vanzelf openklapten in geval van een ontploffing. De smederij is in 1992 naar het Openluchtmuseum overgeplaatst.

 

Radmakerij uit het Woold (Gelderland, gemeente Winterswijk)

Een boer met een klein boerenbedrijf kon daarvan meestal niet van leven. Vooral ’s winters moest hij naar extra werk zoeken om het hoofd boven water te houden. Hij kon bijvoorbeeld als bijverdienste wielen maken voor boeren in de omgeving en handelaren elders in het land. In de houtrijke Achterhoek lag het voor de hand een radmakerij te beginnen. Een radmakerij stond vaak als bijgebouw op het erf bij de boerderij. De radmakerij is in 1942 naar het Openluchtmuseum overgeplaatst.

 

Wasserij / blekerij Overveen (Noord-Holland, gemeente Bloemendaal)

Dit gebouw is door Vlaamse immigranten opgericht als garenblekerij. De kennis en technieken die de Vlamingen meebrachten versterkten de internationale faam van Haarlem in de linnenhandel. Van 1813 tot 1932 was het bedrijf in handen van de familie Gehrels. Oltman Gehrels (1759–1829) was afkomstig uit het hertogdom Oldenburg, Duitsland. In 1856 vormde zijn zoon Johannes Christiaan de garenblekerij om tot kledingwasserij door plaatsing van een molenwerk en stampkuipen. De wasserij bleef tot 1937 in werking en was de laatste in Nederland op paardenkracht. Stap voor stap wordt in dit gebouw getoond hoe hier rond 1900 de was werd gedaan. Gegoede burgers lieten hun was eens per kwartaal of half jaar ophalen door wasserijen buiten de stad. De wasserij bracht de was naar keuze van de klant droog, nat of kastklaar terug. In de wasserij is het hele proces stap voor stap te zien. De was werd eerst gesorteerd, een onhygiënisch werkje. Daarna werd hij gewassen in stampkuipen. Een paard in de rosmolen dreef de stampers aan. Vervolgens ging de was op grote kruiwagens naar de bleekvelden om in de zon te bleken. De spoelsters spoelden hem daarna nog eens schoon in ijskoud water. Ten slotte werd de was gedroogd, gemangeld, gestreken en gevouwen. Het gebouw is in 1938 naar het Openluchtmuseum overgeplaatst.

 

Stoomzuivelfabriek Freia Veenwouden (Friesland)

Stoomzuivelfabriek 'Freia' werd in 1879 opgericht als eerste particuliere Friese kaas- en roomboterfabriek. Vooral voor Friese boerinnen was dit een hele verandering. Zij zagen hun voornaamste taak en bron van inkomsten, het maken van kaas en boter op hun boerderij, langzamerhand verdwijnen. Tot 1919 werd het fabrieksgebouw voortdurend uitgebreid, daarna bleef de situatie onveranderd. Om de macht van de particuliere eigenaren te beperken, gingen boeren over tot het oprichten van coöperatieve zuivelfabrieken. Toen Freia in 1969 werd opgeheven, was het de laatste particuliere zuivelfabriek. De fabriek is in 1992 naar het Openluchtmuseum overgeplaatst. Op een foto uit 1908 staan kinderen afgebeeld die tot het personeel van de fabriek behoorden.

 

Jaknikker Rotterdam

De jaknikker in het Nederlands Openluchtmuseum werd in 1957 gebouwd door de firma Thomassen in De Steeg. Hij stond aanvankelijk in Schoonebeek en verhuisde in 1983 naar het Rotterdamse oliewinningsterrein Berkel-4 in Rotterdam-Schiebroek. In augustus 2013 werd het olieveld Berkel-4 gesloten. De jaknikker is gereviseerd in Coevorden en op 13 mei 2014 officieel in werking gesteld op het terrein van het Openluchtmuseum.

 

Tramremise Arnhem (replica 1996)

Op 18 september 1944 werd de Arnhemse remise verwoest tijdens de Slag om Arnhem. Na die tijd liet het gemeentelijk vervoerbedrijf trolleybussen rijden in plaats van elektrische trams. Een deel van de remise is gereconstrueerd in het Nederlands Openluchtmuseum en is in gebruik als stalling van de museumtrams. Ook de werkplaats is nagebouwd. Het grote probleem bij de reconstructie van de remise in 1996 was het ontbreken van bouwtekeningen. De tekenaars hebben daarom het hele gebouw gereconstrueerd aan de hand van foto’s en beschrijvingen van oud-werknemers.

 

Tramhaltehuisje Arnhem

Dit tramhuisje uit 1996 is een replica van een huisje uit 1925, dat stond op het toenmalige stationsplein van Arnhem. Het is een geschenk van de Vereniging Vrienden van het Nederlands Openluchtmuseum.

 

Overslagloods van Van Gend & Loos Tiel (Gelderland)

De goederenloods in Tiel stamt uit 1881. Door de toename van het goederenvervoer werd de loods enkele malen flink uitgebreid. In 2003 liet Deutsche Post drie dochterbedrijven, waaronder Van Gend & Loos Euro Express, fuseren tot één bedrijf voor expresvervoer, vrachtvervoer en logistiek. De naam Van Gend & Loos verdween hiermee uit het straatbeeld. De loods is in 2007 naar het Openluchtmuseum overgeplaatst.

 

Arbeiderswoningen Tilburg (Noord-Brabant)

Drie arbeiderswoningen uit Tilburg (1860) die in 1957-1958 over zijn geplaatst naar het Openluchtmuseum en een vierde huis dat later in het museum is bijgebouwd. In de Tilburgse huisjes woonden bijna een eeuw lang wevers- en arbeidersgezinnen. Nu zijn de huizen ingericht naar vier perioden in een eeuw wooncultuur: 1860, 1910, 1950 en 1970.    

(bron: openluchtmuseum.nl)

 

Entreeprijs:A.u.b. op de aanwijzingen op de website letten
Drempelvrije toegang:A.u.b. op de aanwijzingen op de website letten